Home

Japie/Joep

Naar index volwassen logees
 
Klik op een foto om door het album te bladeren.
 
 
Japie onderweg naar Kin Japie onderweg naar KIN Japie bij de nieuwe baas in het hoge noorden.
 
Toen Japie gevangen werd zal hij tussen de 6 en 10 jaar geweest zijn.
Zomer '91 Regelmatig werden er vuilniszakken op ons plaatsje opengescheurd. Het koste niet veel moeite er achter te komen dat de schuldige een kat was. Er hebben altijd wel een stel katten in de buurt rondgelopen, de meest kende ik wel en ik dacht niet dat het voor hen nodig was hun kostje tussen het vuil op te scharrelen. Natuurlijk kon het ook baldadigheid zijn dachten we. Tot ik op een gegeven moment een glimp van de kat opving. Het was geen bekend koppie. Nu wordt me altijd verteld een kat niet te voeren, omdat ze dan terug blijven komen en niet naar huis gaan, dus ik deed dat ook braaf niet.
  Soms dachten we dat hij weer weg was en dan ineens merkten we aan onze eigen katten dat hij weer in de buurt was. Op ons plaatsje staat een buitenren voor de katten, zodat ze als ze willen een frisse neus kunnen halen. Japie, zoals onze bezoeker al snel gedoopt werd kwam regelmatig op de buitenren onze katten zitten vervelen. Achteraf bleek dat hij alleen gezelschap zocht. Onze katten waren er niet erg van gediend, doorheen het hekwerk probeerden ze hem te verjagen, dit lukte niet echt, steeds vaker kwam Japie een praatje maken. Toen het tegen de winter liep, kwam hij nog steeds. Af en toe liet hij zich ook zien, pakken lukte echter niet.
  Het werd kouder en Japie ging er mager en triest uitzien. Dus toch maar gaan bijvoeren. Bij droog weer zette ik een bakje brokjes en een waterbakje op de kattenren. Het regende op een gegeven moment een week aan een stuk en Japie ging er steeds slechter uitzien. Ik besloot hem te vangen, hij had echt verzorging nodig. Ik werkte al een aantal jaren in het Asiel, dus het was niet zo moeilijk een vangkooi te lenen. Het lukte nog de eerste dag ook.
07-11-91

Japie liep in de vangkooi en ik heb hem naar het asiel gebracht. In eerste instantie leek het een wilde kat te zijn, aan de geur te merken was het een ongecastreerde kater. Onderweg naar het asiel gilde hij het uit en probeerde constant uit de kooi te komen, dus al snel had hij een kapotte neus. Ik heb even getwijfeld of we niet beter om konden draaien en hem weer loslaten, maar hij had echt verzorging nodig. Als ik al niet besloten had een oude poes uit het asiel mee te nemen, had ik misschien zelf beter kunnen proberen hem wat op te knappen. Verstandig zou het ook niet geweest zijn. Misschien was hij wild, en wat moet je met een wilde kat in huis. Toen we Japie uit de auto haalden en in de observatieruimte zetten kreeg ik toch iets meer vertrouwen. Hij knipoogde met twee ogen tegen me, zodat ik echt hoopte dat hij te verzorgen zou zijn. Diezelfde avond was de dierenarts er voor het asielspreekuur. Zou Japie wild blijken te zijn, dan zou hij een laatste spuitje krijgen.

09-11-91 Die zaterdag ging ik een beetje met de pest erin naar mijn werk in het asiel. Dit had twee oorzaken, Freddy Mercury (ook een kattenliefhebber) was die nacht overleden en ik zou te horen krijgen hoe het Japie was vergaan. Het was ontzettend spannend. Japie was er nog. Echt wild was hij niet, mensgericht ook niet, wel nieuwsgierig en vriendelijk naar andere katten. Hij had een wit met zwart velletje. Grappige tekening, een zwart zadeltje op zijn rug, een zwart Zorro masker op en een neusdak dat voor drievierde zwart was. Hij keek pienter uit een paar kleine heldergroene oogjes. Het bleek inderdaad een ongecastreerde kater te zijn. De meeste van mijn collega's hadden moeite met Japie, voor mij was het een uitgemaakte zaak dat dit hun eigen schuld was.
  Door mij liet hij zich al snel met een lekker hapje omkopen en kon ik hem aaien. Wat wel ontzettend opviel was zijn sociale gedrag ten opzichte van andere dieren. Japie kreeg in de loop van de eerste maand nogal wat te verduren. Castratie, een behandeling tegen oormijt en hij pikte natuurlijk de niesziekte op, met daarbij een ontstoken neus. Zijn grote geluk was zijn onverzadigbare honger. Hij bleef eten en moest niet zoals de meeste katten die niesziekte hebben gedwongen worden te eten. Meestal krijgen deze katten ook infuus om de vochtbalans op peil te houden. Dit alles werd Japie door zijn goede eetlust bespaard.
  Het onverwachte gebeurde. Japie werd door een mevrouw uitgezocht om bij haar te komen wonen. Bij achtergrondinformatie over zijn gebruiksaanwijzing wilde ze niet echt luisteren want ze had heel veel verstand van katten en ze wist het allemaal zelf wel. Natuurlijk was Japie heel snel terug, hij mocht haar niet en had haar een mep verkocht. Het beest was weer terug bij af en zocht snel al zijn vriendjes weer op. Japie was duidelijk verliefd op een klein schildpadpoesje. Hij sloofde zich voor haar geweldig uit en zocht haar constant op.
04-01-92 Toen een jonge vrouw het schildpadpoesje mee naar huis wilden nemen, kreeg ze in de gaten dat het wel erg cru zou zijn dit tweetal uit elkaar te halen, dus Japie mocht ook mee, ze verlieten samen het asiel. Ik helemaal blij. Het was dus toch goed gekomen met onze zwerver.
31-07-92 Thuis ging de telefoon. Japie was samen met een aantal andere dieren weggehaald uit hun huis. Zijn bazinnetje was samen gaan wonen met een gokverslaafde. Op een gegeven moment heeft hij haar, en ook de katten, bedreigd. Een mevrouw die wel eens meer een handje helpt als het om katten gaat heeft toen samen met het bazinnetje de katten uit huis gehaald. Helaas kon ze er maar eentje meenemen naar haar nieuwe onderdak. Dit was niet Japie. De dieren waren er niet al te best aan toe. Lichtelijk verwaarloosd en dit is zwak uitgedrukt.
  Net een fijne periode voor een dier met gebruiksaanwijzing om in een asiel te belanden. Uitpuilende hokken, volop jonge katten, keus te over. Wie kiest dan een eigenzinnig type. Men besloot in het asiel om Japie geen kans meer te geven. Als het te vol zit moet je keuzes maken en in die tijd was zijn leeftijd al een handicap, laat staan zijn gedrag. Hij zou ingeslapen worden. Ik voelde me ontzettend rot hierover, ik kon hem zelf niet in huis nemen, maar intussen had ik het volste vertrouwen in hem gekregen, stoere jongen met een hart van goud. Ik vroeg even de gelegenheid om iets te regelen voor hem en ben zowat heel Nederland af gaan bellen voor een plaatsje. Ze zagen me aankomen, landelijk zaten alle opvangen afgeladen vol, dus er was nergens plaats tot …… het laatste telefoontje.
  Helemaal in de kop van Nederland, bij Kat in Nood, was Japie van harte welkom toen ik zijn geschiedenis uit de doeken deed. We moesten hem natuurlijk wel zelf brengen. Het was prachtig weer begin augustus, rond de 30 graden, veel te heet voor 300 km in de auto, het kon echter niet anders.
07-08-92 Vrijdag's Het asiel gebeld of ze Japie reisklaar wilden maken, grote kooi met kattenbak en gelegenheid om te drinken, het zou immers erg warm worden.
08-08-92 Net voor we op zaterdag thuis vertrokken heb ik nog even in de krant gekeken. De volgende kop stond boven een zielige foto van vier prachtige kittens achter tralies: *Laatste week massaal aanbod van katten *Situatie noopt tot afmaken beesten *Dierenasiels zitten overvol. Toch hield het me echt niet tegen om een reddingsactie voor één van deze dieren te ondernemen, een druppel op een gloeiende plaat.
  Wij die zaterdag (met een weersverwachting van 32°C) vol goede moed de tas volgestopt met broodjes, cola, water en brokjes voor Japie, en de thermoskan met koffie en naar het asiel om de kat op te halen. Er stond een grote kunststof koffer klaar, hier was ik het niet mee eens, veel te warm, een grote draadkooi opgezocht, een kattenbak en Japie er in gestopt. Het entingenboekje was kwijt, snel een nieuw geschreven, wij om kwart voor negen gestart.
  We waren koud twee minuten aan het rijden, zag ik Japie naar zijn kattenbak draaien, hij haalde het net niet, poepte zijn deken onder, stinken!!! Maar…… wat deed die slimmerik nou, hij vouwde met zijn ene poot zijn deken dubbel en het probleem was opgelost. Toen een grote plas gemaakt (ik moet er niet aan denken dat we zonder kattenbak vertrokken zouden zijn) en op zijn bak gepoept. De koelste plaats was natuurlijk ook in zijn WC, dus toen Japie opstond was hij helemaal vies. En dat allemaal nog in Breda.
  Japie gedroeg zich verder keurig, zeurde niet en vond het volgens mij allemaal best interessant. Hij probeerde duidelijk een beetje naar buiten te kijken, dat viel niet mee, want over de helft van zijn hok hing een deken om ervoor te zorgen dat hij niet in de zon zou zitten. Af en toe liet hij zich even horen, maar niet op een irritante manier.
  Het was ongeveer kwart voor elf toen we even gestopt zijn op een parking. We hebben de kooi buiten gezet om Japie water te geven. Dat vond hij toch wel eng met die geluiden van de snelweg. Hij wilde niets drinken of eten, ook geen broodje kaas of ei, dat viel me tegen van die dikzak, we hebben hem maar snel weer in de auto gezet. En wat zo leuk was, hij probeerde kopjes te geven.
  Tegen die tijd dat we in Lauwerzijl aankwamen had hij zich helemaal schoongepoetst en zag hij er (op zijn manier) een beetje toonbaar uit. We waren daar om half een. Och, wat was het een makkelijk beest. Ze vroegen zijn naam, Japie vonden ze leuk, en wilden weten of we even tijd hadden (ik natuurlijk tijd genoeg) dan konden ze hem een 'eerste beurt' geven.
  Japie werd in de behandelkamer op tafel gezet en de vlooienkam werd erbij gehaald. Er was een jongen bij die daar alles moest leren, hij was er de eerste dag, nou, hij vergeet nooit meer hoe er vlooien en vlooienpoepjes uitzien. Ik schaamde me wel een beetje. Er werd nog in zijn oren gekeken, natuurlijk stikvol mijt, gelukkig geen ontsteking. Toen in zijn bekkie gekeken en hij werd een jaar of zes geschat, volgens mij was hij ouder, een jaar of tien. Er werd een bus vlooienpoeder tevoorschijn gehaald, het dikke monster liet zich zelfs keurig op zijn rug leggen om z'n buik te laten poederen, even later was het net of Japie in het meel gelegen had.
  Japie werd in de quarantaine ondergebracht. Omdat hij vlooien had kreeg hij geen schapenvacht zoals de andere katten, maar een celstof matje. Japie kreeg nu een half blikje vlees voor zijn neus wat hij binnen drie minuten naar binnen gewerkt had en ging toen op zijn gemak rond zitten kijken. Wat een onverstoorbaar beest…..
  Alle gegevens moesten nog ingevuld worden en er werd meteen een schema voor de behandeling gemaakt. Ik had een biografie van Japie gemaakt, voor zover ik het wist, dat vonden ze leuk en dit werd bij zijn dossier gestopt. Japie moest, zoals alle anderen, twee weken in quarantaine, dan kwam hij in een plaatsingsverblijf voor één jaar. Als hij er dan nog zou zitten, zou hij in een groot verblijf komen samen met circa 90 andere katten. Een fijne ruimte met een tuin vol leuke plekjes.
  In de ziekenboeg zaten twee katten, een met een geamputeerde poot en eentje waarbij een pin in zijn poot gezet was. Achter glas zaten er nog een stuk of vijf niesertjes, daar mocht je niet binnen.
In de quarantaine zag ik nog een stuk of 10 katten zitten, waaronder een jonkie van een maand of vier met een voorpoot in een speciaal verband. Het kitten had in een klem gezeten, de huid was eraf gestroopt en elke dag moest dat verband vernieuwd worden. Ze zeiden dat het prima ging en dat er al keurig rood vlees onder zat. En zo had elk diertje natuurlijk zijn verhaal. Er zaten ook katten die wel een eigenaar hadden, maar tijdelijk een dusdanige intensieve zorg nodig hadden dat de baas dat niet kon. In het plaatsingsverblijf had je een stuk of tien hokken van verschillende grootte, voor één, twee of meer katten. De katten kwamen uit allerlei plaatsen in Nederland.
  En dan, het grote verblijf. Schitterend al die poezen. De toenmalig oudste bewoonster was Nikima, een poes van 29 jaar, wit met een cypers dekje, petje en staart, geen tandje meer in haar bekje. Een erg vrolijke dame die precies wist wat ze wilde, knuffelen. Het zag er uitermate gezellig uit met al die poezenbeesten die allemaal hun portie aandacht kwamen halen.
  Bij een bakje koffie hebben we nog even gepraat over het wel en wee van katten in Nederland en in het bijzonder de asielkatten. Met een goed gevoel over Japie zijn we toen terug naar huis gereden.
23-10-92 Kreeg ik een kaart van KIN met het fijne bericht dat Japie een nieuw thuis had gevonden. Ook bij KIN had hij weer een vriendje uitgezocht, Streep, die mocht dus ook mee.
29-10-92 Ontving ik een kaart met de volgende tekst:
"Ik wil je even laten weten dat sinds 7 oktober Japie (die ik overigens Joep genoemd heb) samen met een ander vriendje van KIN bij mij woont. Het gaat uitstekend met hem. Is erg aanhalig, eet uitstekend en heeft het volgens mij erg naar zijn zin. Ik woon op het Groningse platteland en binnenkort mag hij eens naar buiten. Wil je meer van hem weten bel me dan gerust eens"
02-07-93 ontving ik foto's van Japie. Wat zag hij er prachtig uit. De volgende tekst stond erop:
"Zoals je ziet, ziet Joep er prima uit (zielig kijken heeft hij denk ik altijd al gedaan) Het gaat uitstekend. Hij voelt zich steeds meer op zijn gemak en wordt ook nog steeds vrijer. Sinds april durft hij naar buiten. Als ik met de auto thuiskom komt hij gelijk aanrennen. Ontzettend leuk is dat, want dat deden mijn vroegere poezen ook. Zoals je ziet en hoort, een successtory".
23-12-94 Met Kerst 1994 ontving ik een kaart met de volgende tekst:
"Even laten weten hoe het met Joep gaat. Hij woont nu al weer meer dan twee jaar bij mij en hij lijkt het naar zijn zin te hebben. Slaapt veel, eet graag en komt sinds een jaar steeds meer bij me op schoot liggen. Naar buiten wil hij alleen als het mooi weer is. Hij blijft dicht in de buurt, misschien toch nog steeds wat angstig voor de grote boze wereld! Zowel hij als ik zijn blij dat jij hem gered hebt".
22-12-95 Met Kerst 1995 de volgende tekst:
"Het gaat nog steeds goed met Joep/Japie. Is nu al weer drie jaar bij mij. Heb hem een aai over de bol gegeven van jou.
  Toen werd het stil uit het noorden, soms moest ik wel eens aan hem denken als ik een vergelijkbaar geval meemaakte. Echter tot contact kwam het niet meer. Tot ik op 25 maart 2000 een prachtige foto van Japie ontving met de volgende tekst:
25-03-00

Joep; +14 maart 2000

Ik wilde je laten weten dat Joep, onze geweldige poes uit het zuiden, is overleden. Hij was vanaf januari al ziek en vermagerde sterk. De dierenarts en wij hebben gedaan wat we konden. Het hielp niet meer. We hebben steeds angstvallig in de gaten gehouden of hij geen pijn had en dat had hij volgens ons niet. Hij is uiteindelijk, toch nog vrij onverwacht, heel snel in mijn handen overleden. Volledig overgegeven en in vertrouwen leek het wel. Ik heb dat nog niet eerder met een poes meegemaakt. Het was heel speciaal. Joep was een geweldige kat die met elkaar nog 7½ jaar bij ons gewoond heeft. Volgens mij heeft hij een goed leven gehad hier. Warmte, eten, gezelschap van andere poezen in huis, veel aandacht van ons en een tuin om lekker te zonnen. Ik mis hem erg en tegelijkertijd is het goed zo. Jouw reddingsactie is destijds niet voor niets geweest. Ik hoop dat deze kaart jou bereikt.

2005 Toevallig kwam ik weer met Gielje, het baasje van Joep in contact, Gielje, nog bedankt dat je me op de hoogte gehouden hebt over jouw Joep, mijn Japie.