Menu

Dootje

Naar overzicht memories
*medio september 1994 / +30-06-2000
     
03-01-95

Op 3 januari 1995 kwam Fleurtje bij ons. Een turf hoog, een drie en een halve maand oud, wit met rood en erg lief. Met oudjaar had de moeder van buurvrouw haar binnengehaald omdat er rotjes naar haar gegooid werden. Ze wist verder niet goed wat ze met het poesje aanmoest. Naar het asiel wilde ze liever niet, maar omdat het zo koud werd vond ze het ook zielig om het kleine ding in de schuur te laten zitten. Omdat buurvrouw heel goed weet dat ik een zwak heb voor katten en moeilijk nee kan zeggen, werd ze naar mij gebracht.

Wat een vlooienbaal.

 
 

Fleurtje zat helemaal onder de vlooien, dus ze werd gelijk in bad gestopt. Ze nieste een klein beetje en haar linkeroogje traande heel erg. We hebben haar lekker warm op de logeerkamer gezet. Het was een heel lief ding. Drie dagen heeft ze apart gezeten voor ze kennis mocht maken met de andere katten. De eerste keren dat de grote katten in de buurt kwamen begon ze flink te zingen met een gebogen staartje. Na een paar dagen werd dat steeds minder. Die zaterdag heb ik haar mee naar het Asiel genomen, anders vond ze immers geen nieuw baasje. Dat vond ze absoluut niet leuk, ze heeft de hele dag flink boos in haar hok liggen kijken. Eenmaal thuis was ze weer haar eigen vrolijke zelf. Ze had een paar rare dingen. Ze stonk en ze at potgrond. Ze was lief en vrolijk en kon zich goed bezighouden met allerlei dingen, in haar eentje spelen en zo. Steeds beter kon ze ook met de jongste kater Bob spelen. Wel was ze redelijk fel, aan mijn handen kon je wel zien dat er deze keer een jong katje logeerde.

Oogproblemen

 
09-01-95

Omdat ze een beetje nieste kreeg ze antibiotica en haar oogje werd gezalfd. Dat hielp niet echt, dus op 9 januari naar de dierenarts. Ze kreeg een ander Synulox tegen het niesen en Fucithalmic en Vitamine A voor haar oogje, waar een plekje opzat. Fleurtje was heel blij dat we weer thuis waren. Wat een aanpassingsvermogen heeft zo'n ding. Het was net of ze altijd al bij ons gewoond had. Binnen een paar dagen was al het poezenspul aan elkaar gewend. Ik lag in een deuk als Bob en Fleurtje voor elkaar dansten met gestrekte pootjes, zoals alleen hele jonge poesjes dat doen. Bob met z'n zware zwarte lijf en Fleurtje met haar dikke billetjes.

 

16-01-95

Haar oogje werd niet snel beter. Af en toe leek het net of ik er een melkachtig vlekje op zag zitten. Het bleef ook tranen. De hele dag liepen de traantjes eruit. Dus weer even naar de dierenarts. Fleur had ook, ondanks twee keer ontwormen, een bergje spoelworm uitgekotst, dus ze kreeg nogmaals een wormenkuur. De beschadiging op haar oogje was al wel aan het genezen.

26-01-95 Controle. Fleur, Captain Hook, zoals de dierenarts haar noemde, liet niet merken dat ze wel pijn had. Ze speelde veel met de andere katten en was onder het eten hondsbrutaal. Ze leek net ons hondje toen dit nog leefde en altijd mee moest eten. Het spelen van de katten samen was mooier dan de beste tekenfilm.

Bij controle van haar oogje bleek er een fikse ontsteking te zitten. Andere medicijnen mee, een oogzalf met atropine, chlooramfeicol en Vitamine A en een verdovend druppeltje, tetracaïne 1%. Na een week weer terug komen. Als het dan nog niet vooruit zou gaan zou er van haar derde ooglid een soort verbandje gemaakt worden over haar oogje om het zo te laten genezen. We hadden al eens tegen elkaar gezegd dat Fleur zou mogen blijven als haar oogje eruit zou moeten, galgenhumor. Alles zat immers een beetje tegen, dat zou er ook nog wel bij kunnen.

 

Het leek wel een kattenziekenhuis. De vorige logé, die zolang niet gegeten had, was ook terug, hij was erg ziek, waarschijnlijk zou hij het niet halen. Eén van onze eigen katten had een keelontsteking, een andere weer last van reuma en korstjes. Ja, als je veel beestjes hebt, kan het wel eens zijn dat je veel naar de dierenarts moet. Op dat moment hadden we zeven katten.

 

Fleurtje hield haar oogje steeds verder open, het traande nog wel heel erg en het had een rare kleur. Ze groeide als kool. Alles wat de grote katten deden, deed Fleurtje na. En uren, uren spelen kon ze. Zelfs onze oude Omapoes kon het niet laten om af en toe met de kleine dondersteen mee te spelen. Fleurtje leek in bouw, tekening en gedrag veel op Oma Bliepie, ze liet zelfs net als zij af en toe haar tong uit de bek hangen.

02-02-95

Tijdens controle van haar oogje bij de dierenarts bleek dat ze niet geopereerd hoefde te worden. Het genas goed. Ik vond het oogje er eng uitzien, dat bleek net de goede weg naar genezing. Het leek iets beter te gaan, verder zalven met CAF. Dezelfde avond voelde ik bij Fleurtje kleine bobbeltjes onder de tepeltjes. Maar goed in de gaten gehouden.

07-02-95

Op een avond tilde mijn man Fleurtje op schoot. Blijkbaar deed hij dit een beetje onhandig. Ze gaf een gilletje en rende weg. Ze hield haar staartje heel raar. Toen ik er aan voelde was het op een plaats een beetje dikker. Vanaf daar kon ze haar staartje niet omhoog houden. Raar zicht. De volgende dag was het iets minder, maar de helft van haar staartje was net een loshangend vlaggetje.

08-02-95

Toch maar naar de dierenarts. Inderdaad een staartwerveltje was uit zijn fatsoen geschoten. Een verbandje was bij een kat niet om te doen. Ze moest het staartje wat ontlasten en kreeg een Tolfedine, een pijnstiller, mee. Het zou met een paar weken wel genezen. Dus Fleurtje kreeg bij een scheef oogje nu ook een scheef staartje. De bobbelige tepeltjes was een hormonale zaak. De dierenarts maakte voor alle zekerheid nog een echo om echt uit te sluiten dat ze zwanger zou zijn. Het kleine ding baalde als een stekker in haar mandje en een keel opzetten dat ze kon!

09-02-95

De andere dag werd Fleur krols, wat een leeftijd om al krols te zijn, een maand of vijf, hooguit een half jaar oud. Kleine zwarte kater Bob vond het machtig interessant. Ondanks dat hij gecastreerd was deed hij toch erg zijn best. Dat was echt lachen. Het was alleen niet leuk dat Fleurtje op de kussens ging plassen, hele kleine plasjes. Ik verwachtte wel dat het van de krolsheid was. Om zeker te zijn dat het geen blaasontsteking was sloot ik haar op in de badkamer om urine op te vangen. Ze vond dat beslist niet leuk. Ik overwoog nog even om haar in een hok te zetten, volgens mij zou ze daar helemaal gek van worden. Fleurtje had zo'n acht uur in de badkamer gezeten en nog steeds geen plasje gedaan op de bak met watjes. Een blaasontsteking zou het dan wel niet zijn, dus ze mocht weer los. Op zaterdag had ze zelfs in de bank geplast, dus ze werd opgesloten. Het viel reuze mee. Ze was wel zielig, maar vond het niet echt onhoudbaar. Wat was ze krols, als er maar naar haar gewezen werd begon ze al te koeren en te kronkelen.

 

De donderdag daarop begon ze het hok beu te worden. De krolsheid was ook ver over, nog niet helemaal. 's Middags moest ze mee naar de dierenarts om haar oogje te laten controleren Het ging volgens hem goed vooruit. Die avond hebben we haar gewoon losgelaten, het krolse gedrag was over. Wat wel heel vreemd was, ze bleef grommen en grauwen tegen een van onze andere poezen. Betje is nooit gemakkelijk tegen andere katten, dus mijn man dacht dat het niet aan de kleine lag, maar aan Betje. Met de andere poezen kon Fleurtje immers heel goed overweg.

 

En op zondag plaste ze weer binnen, één keertje maar gelukkig. Ze was aan het zoeken naar haar hok, met kattenbak, misschien was het een ongelukje. Wel ontzettend vervelend. En maar wassen. Voor de zekerheid heb ik maar een kattenbak in de kamer bijgezet. Wel bleek dat de ruzies aan Betje lagen. Als ze maar kon pakte ze Fleurtje, dus die ging al bij voorbaat in de verdediging. Als Betje in de buurt kwam ging ze op haar rug liggen, alle vier de klauwen en de bek pakkensklaar, haar oortjes naar achteren en maar grommen en grauwen. Ik moest eraan denken de kleine wat meer aandacht te geven. De afgelopen vier weken was ze daaraan wel tekort gekomen door de andere pleegkat.

Toch plaste ze af en toe nog binnen. Het liefst op het dekbed van omapoes. Op een gegeven moment in de slaapkamer op ons dekbed. Wassen dan maar. Toch vertrouwde ik de gezondheid van haar niet helemaal.

24-02-95

Op vrijdag 24 februari was ze heel druk aan het spelen. Af en toe moest ze stoppen omdat ze zo moe was. Ze lag dan met haar bekje open te hijgen, net een hondje. Verder was alles wel goed. Op zaterdag werd ze weer krols, dus weer opgesloten. Ik werd het wel erg beu langzamerhand. Dus een afspraak gemaakt voor castratie.

01-03-95

Ze moest 's ochtends voor negen uur binnen zijn. Arme kleine poes. Toen we haar laat in de middag op gingen halen zag ze er echt een beetje verpietert uit. Zo'n mager koppie en ingevallen flankjes. Wat gaat dat snel. Ze had een keurig klein streepje op haar buik, met vier knoopjes erin. Thuis hebben we haar in haar hok bij de verwarming gelegd. Ze ging al snel slapen. De volgende ochtend was ze nog niet echt bij de tijd, 's avonds was ze al een stuk fitter en op vrijdagochtend had ze een hechting eruit gehaald. Naar de dierenkliniek gebeld. Daar zeiden ze dat het meer voorkwam. Goed in de gaten houden en als de wond er goed uitzag kwam het vanzelf goed. Even later had ze de tweede hechting eruit. Ik vond het toch wel een beetje eng, zo tegen het weekend en we besloten haar toch 's avonds even aan de dierenarts te laten zien.

03-03-95

Schijnbaar was zoiets niet zo erg. De dierendokter bekeek eerst hoe het met haar oogje erbij stond. Ging de goeie kant op, nog maar één keer per dag zalven. Hij bekeek haar buikje goed. Het was niet mogelijk even een paar hechtingen erin te doen, hij was bang dat hij de wond net uit elkaar zou trekken als hij eraan begon te hechten. Als hij het opnieuw zou doen moest ze onder narcose, dan de wond opfrissen en opnieuw hechten. Beter even aanzien en een paar dagen hokrust, zodat ze niet kon springen. Dus tot woensdag acht maart zat de kleine mol in haar hok.

 

Wat was ze blij toen ze op dinsdagavond héél even de pootjes mocht strekken. Omdat ze al snel veel te ruw met Bob ging spelen ging ze weer achter tralies. De dag daarna zag het litteken er nog steeds goed uit, dus ze mocht weer vrij. Spelen, spelen en maar spelen. Ze moest echt haar gevangenistijd inhalen. Ze was ook liever geworden. Als ze nou maar niet meer binnen zou plassen.

Een blijvertje

 
10-03-95

Fleurtje was alles al helemaal vergeten en op vrijdag 10 maart spraken we af dat ze bij ons zou blijven. Moesten we een andere naam vinden, een naam met een B. Bardootje paste het best bij haar.

30-03-95

Eind maart moest Dootje voor de tweede keer haar prikje hebben. Ook zag ik dat haar ooglid naar binnen krulde, gelukkig van haar slechte oogje. Dus voor de zoveelste keer naar de dierendokter.

06-04-95

En, inderdaad, op zes april is ze geopereerd aan entropion, Amicol om te zalven mee.

15-04-95

De hechtingen eruit. Onze oudste poes, Omapoes, zat niet erg lekker in haar vel, dus we hadden haar ook mee naar de dierenkliniek genomen. Ik had nooit verwacht dat we haar daar achter zouden moeten laten. Ze is meteen ingeslapen, ze had F.I.P. Haar levenskansen waren dermate slecht dat we het haar niet aan wilden doen om echt af te gaan takelen. Daar komt nog bij dat F.I.P. in dat stadium erg besmettelijk schijnt te zijn.

21-04-95

We waren er nog niet met Bardootje. Ze kon bijna niet meer lopen en springen al helemaal niet. Je mocht haar niet aanraken, dan gilde ze het uit van de pijn. Wij dus weer naar de dierenarts. Hij vindt haar oog altijd het belangrijkste, dus daar eerst naar gekeken. Niet goed. Een afspraak gemaakt met de oogspecialist. Haar rug bleek gekneusd, weer pijnstillers en oogzalf mee.

14-07-95

Veertien juli 1995 werd de veertiende keer dat ze bij een dierenarts was. Dit was een bekende oogspecialist die op de kliniek waar wij altijd komen af en toe spreekuur heeft. Dan hoeven de mensen niet naar Oisterwijk. Wij kwamen binnen en zagen allemaal mooie dure rashonden zitten. Allemaal retrievers. Er werd ons naar de stamboom gevraagd. Nou, Bardootje heeft die naar alle waarschijnlijkheid toch niet. Het was wel grappig, dat kleine lelijke ding tussen al die rashonden. Ik moet toegeven, die specialist heeft alles heel goed bekeken. Jammer was dat hij er ook niets van kon maken. Gewoon doorgaan met één maal daags zalven.

06-10-95

Weer een bezoek aan de dierenarts. Ze had een rare streng over haar buikje lopen, Lymfestuwing?! Omdat er geen echt gerichte medicatie was, besloten we haar op een homeopathisch middel te zetten. Haar oog bleef ook problemen geven.

april 98

Inmiddels leven we in april 1998. Bardootje is nog steeds bij ons. Nog steeds wordt elke dag haar oog gezalfd. Ze helpt om kittens die in 't Kruimelhuis logeren manieren bij te brengen. Alleen met de zindelijkheidstraining mag ze zich niet bemoeien. Ze snapt nog steeds niet helemaal dat een kattenbak gemaakt is om op te plassen. Dit heeft als gevolg dat alle vloerbedekking in huis vervangen is door linoleum en dat er geen matten meer voor de deuren liggen.

 

We hebben al eens bij de dierenarts gestaan om haar in te laten slapen. Ze had de kleren van mijn wederhelft ondergepiest. Uiteindelijk konden we het niet. Onze dierenarts opperde wel het idee om een ander baasje voor haar te zoeken op een boerderij of zo. Nou, het klinkt heel onaardig, maar dan laat ik haar liever inslapen. Nooit meer op bed slapen, niet lekker op de bank liggen en zo, dat kunnen we haar niet aandoen. En dan ook nog de grote vraag of iedereen elke dag een oogje wil zalven. Dat niet alleen, we willen haar niet missen. Na een aantal hormoonprikken en het verwijderen van vloerbedekking en deurmatten heeft ze zelden meer een ‘ongelukje’. Nu plast ze alleen vaak nog buiten in de kattenren naast de bak.

 
 

Elke dag heeft ze wel iets om ons te laten lachen. Ze heeft heel vreemde gewoontes. Een paar keer per dag gaat ze op haar rug onder de dekenkist liggen. Onder het eten schooit ze ontzettend. Ze blijft met haar pootje aan je arm plukken. En ze lust bijna niks. Als de katten blikvoer krijgen staat ze heel enthousiast te bedelen. Elke keer gooit ze het blikje om, en ze lust niks. Wel brokjes en kittenvoer, brood met boterhamworst of Zeeuws spek, daar is ze dol op. Ze ziet er niet uit. Ze is nog maar drie en een half jaar, dik en helemaal uitgezakt en ze heeft een scheef snoetje. We zouden haar niet graag missen, het is de leukste poes van de wereld.

 

Nawoord juli 2000:

 
 

Dootje is er niet meer. In de loop van de zomer van 1999 werd ze steeds moeilijker in de omgang, ze speelde niet meer met de opvangkittens, werd steeds trager en op de een of andere manier gaf ze aan dat ze pijn had. Waar exact was moeilijk te ontdekken. Tijdens een grondig onderzoek bij de dierenarts bleek ze tumoren in de buik te hebben. Opereren deed hij niet, dan had ze helemaal niet lang meer. Bij onze twee eerste katten hebben we dit ook gezien, ze zijn beide aan kanker gestorven, de operatie heeft het proces alleen maar versneld. De oorzaak zat toen vermoedelijk in een langdurig gebruik van de poezenpil. Dootje zijn we anders gaan behandelen, met prednison, een pijnstiller en een middeltje om haar zich prettiger te laten voelen. Dit werkte redelijk, maar we wisten natuurlijk niet voor hoelang. Arme kleine, ze is maar 5½ jaar geworden en in haar leven meer dan 50 keer bij de dierenarts geweest. Gelukkig had ze het een tijd redelijk goed naar haar zin en speelde zelfs af en toe met William, het laatste weeskitten van het seizoen van 1999 een negen week oud katertje.

  Ze werd in de loop van de tijd ook steeds dikker, ons kneuskussen. In mei 2000 werd haar gedrag weer steeds lastiger. De enige uurtjes dat ze het een beetje naar haar zin had, was als ze op bed lag te spinnen. Over haar kop liet ze zich nog wel aaien, zodra ze ergens anders aangeraakt werd, was het grauwen. Naar de rest van de katten werd ze ook steeds onverdraagzamer en springen werd moeilijker. Kittens konden helemaal niet meer in de buurt komen. De beslissing om haar in te laten slapen was niet gemakkelijk, wachten tot iedereen een hekel aan haar zou krijgen kon ook niet. We besloten haar nog een keer aan de dierenarts te laten zien, misschien dat hij er de vinger op kon leggen of dat ze inderdaad pijn had of dat het alleen saggerijn was. Tijdens het maken van de afspraak werd in het telefoongesprek al min of meer duidelijk dat doorgaan waarschijnlijk geen haalbare kaart zou zijn.
Dootje is op vrijdag 30 juni ingeslapen, het kon niet anders.