Menu

Bas

Naar overzicht memories
*05-11-1986 / +30-08-2004
17-12-86

Mijn moeder was een lapjespoes. Mijn vader heb ik nooit gekend. Mijn moeder zei dat hij een grote grijs gestreepte kater was. Soms als ik een beetje lig te suffen zie ik mijn moeder in een flits voor me. Het was een knappe, lieve lapjespoes. Veel witte zachte haren en wat rode en zwarte vlekken. Ik had drie broertjes en een zusje. Ik weet nog dat er twee rode broertjes bij waren. Een broertje en zusje leken een beetje op mij. Ik heb een hele donkere gemarmerde bovenkant, vanaf mijn neus is mijn onderkant wit.

 

Voor ik naar mijn nieuwe thuis ging vertelde moeder dat zij met een hele dikke buik op een werkterrein rondliep. Er waren mannen die haar dood wilden maken. Ze vonden haar zielig, het was winter, heel koud en ze zou haar jonkies niet fatsoenlijk groot kunnen krijgen, dachten die mannen. Een man had medelijden met moeder. Hij wilde wel geen poes, maar mama doodmaken vond hij heel erg. Daarom nam hij haar mee naar huis, waar wij al snel geboren werden. Ze zochten voor ons een nieuw baasje toen wij zes weken waren. We hadden nog graag een paar weekjes bij elkaar willen blijven, maar dat mocht niet. Op de dag dat ik zes weken werd ben ik door mijn nieuwe baasjes meegenomen. Mijn moeder, broertjes en zusje heb ik nooit meer gezien. Waar zouden ze gebleven zijn?

 

Onderweg naar mijn nieuwe huis heb ik meteen laten merken dat ik niet de makkelijkste ben. In plaats van braaf op schoot te blijven liggen probeerde ik de auto te gaan verkennen. Dat was gevaarlijk. Heel onderweg is mijn zijbaasje bezig geweest om mij vast te houden. Toen de auto stopte zaten heel haar handen vol met krasjes. Dat was dus de eerste en de laatste keer dat ik zomaar los mee mocht.

 

Het eerste wat ik zag toen ik het nieuwe huis binnenkwam was een boom met allemaal lichtjes en blinkende frutsels erin. Toen ik er naar toe ging om eens goed te kijken kwam er een oude zwarte poes naar me toe. Ze leek in de verste verte niet op mooie mama, maar ze was wel aardig en ik besloot dat ze mijn pleegmoeder was, ze heette Boef en was blij dat ze weer gezelschap kreeg van een andere kat. Haar oude vriendin, Tedje, was doodgegaan. Ze had wel gezelschap van de hond Bompie, een kleine lieve hond, maar een poes vond ze ook wel erg fijn. Ik was erg moe en wilde graag een dutje doen, ze pakte mij tussen haar pootjes en waste me helemaal af.

 

Bas was een leukerd, een beetje verlegen. Medisch waren er vrij wenig problemen. Het was wel grappig dat hij pas haar op zijn buikje kreeg toen hij wat ouder werd. Alleen vangen om naar de dierenarts te gaan, mijn hemel, daarin gaven hij en Betje elkaar maar weinig toe, ronduit een drama.

Bas had ook niet echt moeite met andere dieren, alleen met Dikke, dat werkte echt niet.

01-02-01

De verbouwing was bijna klaar, alleen de nieuwe meubels moesten nog komen. Doordat ik al meer een kat met een schildklierprobleem had verzorgd, onderkende ik dit bij Bas in een heel vroeg stadium. En ja, de T4 bepaling gaf me gelijk. Pillen was bij Bas geen optie, we kozen meteen voor een operatie. 9 Februari ging hij onder 't mes, hij herstelde heel snel.

Gelukkig, want de 15e werd ik zelf met spoed in het ziekenhuis opgenomen met tropenkoortsen, arthritisachtige klachten en een huid die gaandeweg roder werd. Ik leek wel een aardbei. Weet weinig meer van de eerste week, kon eigenlijk alleen maar denken en als ik m'n ogen opendeed waren er soms een aantal uren ongemerkt voorbij gegaan. Onderzoeken leverden niet echt iets op. Toen ik me een tekenbeet herinnerde van dierendag 2001, was het al snel duidelijk, ik was geïnfecteerd met Lyme. 2 Maart mocht ik naar huis, het was heel vreemd, ik kon stomweg niet meer wennen thuis. Het is wel een beetje een ongelukkige combinatie met ms, de lyme blijft opzetten, dan zijn mijn gewrichten pijnlijk en lijken ontstoken en m'n inwendige thermostaat is regelmatig van slag.

30-08-04 Ontving ik een mailtje van ex: Vanavond is Bassie ingeslapen. De laatste paar dagen at hij slecht en was meestal heel sloom, maar gisteren zat hij nog wel buiten te galmen. Volgens de DA waren zijn longen helemaal op, en nam hij bijna geen zuurstof meer op. Hij zou het met behandeling hooguit nog enige dagen kunnen rekken.